Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam heeft de kantonrechter geoordeeld dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn vordering tegen gedaagde. Gedaagde is failliet verklaard voordat de dagvaarding werd uitgebracht. Volgens artikel 26 van Pro de Faillissementswet had eiser zijn vordering ter verificatie bij de curator moeten indienen.
Eiser heeft dit erkend in een akte na een tussenvonnis en daarmee de procedure tegen gedaagde onrechtmatig voortgezet. De kantonrechter heeft daarop de vordering van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast is eiser veroordeeld in de proceskosten, die echter nihil zijn vastgesteld omdat gedaagde zich niet door een gemachtigde heeft laten bijstaan.
De uitspraak is gedaan tijdens een openbare terechtzitting en bevestigt de noodzaak om vorderingen correct te richten bij failliete partijen via de curator, ter bescherming van het faillissementsproces en de belangen van alle schuldeisers.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vordering ter verificatie bij de curator had moeten worden ingediend.