ECLI:NL:RBROT:2020:13051

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 december 2020
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
C/10/610660 / FA RK 20-10227
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens dreigende noodsituatie

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 december 2020 een wijziging van een zorgmachtiging ex artikel 8:12 Wvggz Pro toegewezen op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling en vertoont gedragingen die een dreigende noodsituatie veroorzaken, waaronder het verstoren van medebewoners.

De oorspronkelijke zorgmachtiging van 9 september 2020 kende verplichte zorg toe voor medicatie en opname met diverse beperkingen voor een beperkte duur. Omdat het geplande ontslag naar een beschermde woonvorm niet kon doorgaan en de huidige zorgmaatregelen onvoldoende bleken, werd een uitbreiding van de verplichte zorg noodzakelijk geacht.

De rechtbank heeft op basis van medische verklaringen, zorgplannen en het advies van de geneesheer-directeur besloten aanvullende zorgmaatregelen toe te staan, waaronder beperking van bewegingsvrijheid, lichamelijk onderzoek, controle op gedragsbeïnvloedende middelen en opname in een accommodatie. De zorg wordt verlengd tot 8 maart 2021. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en heeft zich eerder aan behandeling onttrokken, waardoor vrijwillige voortzetting onvoldoende betrouwbaar wordt geacht.

De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de verlengde zorgmaatregelen proportioneel en noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden en de veiligheid van betrokkene en omgeving te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging en verlengt verplichte zorgmaatregelen tot 8 maart 2021 wegens een dreigende noodsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/610660 / FA RK 20-10227
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 31 december 2020 betreffende een wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene],
thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,
advocaat mr. J.G. Colombijn-Broersma te Gorinchem.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 30 december 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 28 december 2020;
  • het zorgplan van 2 juli 2020;
  • de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 28 december 2020;
  • het advies van de geneesheer-directeur van 28 december 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 december 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 1], arts in opleiding tot specialist, verbonden aan Yulius.
1.3.
De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van betrokkene is door de rechtbank Gelderland op 9 september 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen, voor de duur van maximaal zes maanden;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • insluiten, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • onderzoek aan kleding of lichaam, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, uitsluitend in geval van opname, voor de duur van maximaal drie maanden;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen (betreft toezicht en aanwijzingen door het FACT-team), voor de duur van maximaal zes maanden;
  • het opnemen in een accommodatie, bij psychotische decompensatie, na akkoord door een onafhankelijk psychiater, voor de duur van maximaal drie maanden.
2.2.
Een aantal vormen van zorg is dus voor de duur van zes maanden toegewezen (zoals medicatie) en een aantal vormen is voor de duur van drie maanden toegewezen (zoals opname). Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro. Het op 24 december 2020 geplande ontslag van betrokkene naar zijn beschermde woonvorm in Asperen kon niet doorgaan, omdat het verlof naar de woonvorm niet goed verliep. Betrokkene joeg zijn medebewoners schrik aan door op ramen en deuren te bonken. Er is daarom gezocht naar een beschermde woonvorm met meer begeleiding, aldus de arts tijdens de mondelinge behandeling. Men heeft een beschermde woonvorm in Alblasserdam op het oog. De komende periode zullen er afspraken worden gemaakt met deze nieuwe beschermde woonvorm en zullen de verloven van betrokkene worden uitgebreid. Wanneer dit goed verloopt, zal er worden toegewerkt naar een ontslag van betrokkene.
2.3.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden, heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.4.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, het advies van de geneesheer-directeur en het zorgplan.
Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven het verblijf in de accommodatie op vrijwillige basis te willen voortzetten, heeft betrokkene geen ziektebesef en -inzicht en heeft hij zich in het verleden aan de behandeling onttrokken. De rechtbank heeft er, net als de arts, daarom onvoldoende vertrouwen in dat deze bereidheid voldoende consistent is.
2.6.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijzigt de zorgmachtiging ten aanzien van 9 september 2020 ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd, in die zin dat in aanvulling op de bij beschikking van 9 september 2020 opgenomen vormen van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2021.
Deze beschikking is op 31 december 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 5 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.