Uitspraak
De voorzieningenrechter wijst in dit verband op het Toezichtskader Wmo 2019 (het Toezichtskader), waarin de reikwijdte van het toezicht staat beschreven dat door Toezicht Wmo wordt uitgeoefend. Hieronder valt ook het houden van toezicht op toekenning en uitvoering van maatschappelijke ondersteuning op grond van een persoonsgebonden budget (pgb). Niet in geschil is dat het Toezichtskader Wmo 2019 aan verzoekster is uitgereikt tijdens het preventief onderzoek bij verzoekster op 9 december 2019.
Verder is tussen partijen niet in geschil dat op grond van artikel 3 van Pro het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging van de algemeen directeur 2016, in samenhang gelezen met artikel 1.3, vierde lid, en artikel 3.2, eerste lid, van het Besluit van het college van burgemeester wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent mandaat, volmacht en machtiging het Hoofd als gemandateerde bevoegd is tot actieve en passieve openbaarmaking in de zin van de Wob.
6..Toetsingskader: artikel 8 van Pro de Wob
In het tweede lid van dit artikel wordt een voorziening in elk geval:
b. afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die
de cliënt ontvangt;
c. verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid,
voortvloeiende uit de professionele standaard;
Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de inhoud van deze ontvangen signalen over verzoekster niet centraal staan in het onderzoek. Het feit dat er signalen zijn afgegeven en de mogelijke ernst daarvan vormen uitsluitend aanleiding tot het uitvoeren van het preventieve onderzoek, gericht op de kwaliteit van de ambulante ondersteuning en de dagbesteding, zoals die wordt geleverd door verzoekster. Dat verzoekster nieuwsgierig is naar de door Toezicht Wmo ontvangen signalen is voorstelbaar, maar kan niet leiden tot het oordeel dat het onderzoek onvolledig of onzorgvuldig is dan wel dat het Rapport evidente onjuistheden bevat is, nu deze signalen geen deel uitmaken van het rapport.