De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding tussen [eiser 1] c.s. en Bevago Projects III B.V. over de ontruiming van een bedrijfsruimte na afloop van een huurovereenkomst. Partijen hadden een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de huurovereenkomst per 1 april 2020 werd beëindigd en ontruiming uiterlijk 1 mei 2020 werd afgesproken. Omdat de ontruiming niet had plaatsgevonden, vorderden [eiser 1] c.s. onder meer dat Bevago zich zou onthouden van ontruiming en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst geen veroordelend vonnis is en dat de bevoegdheid van Bevago tot ontruiming niet als misbruik van bevoegdheid kan worden aangemerkt. De stelling van overmacht door [eiser 1] c.s. wegens verblijf in Marokko en de coronacrisis werd onvoldoende onderbouwd. Ook was het niet aannemelijk dat ontruiming op afstand onmogelijk was, mede omdat alternatieven zoals het inschakelen van een bedrijf bestonden.
De rechtbank bepaalde dat de ontruiming niet vóór 3 juni 2020 mocht plaatsvinden om [eiser 1] c.s. gelegenheid te geven zich voor te bereiden, maar wees de overige vorderingen af. Daarnaast werden [eiser 1] c.s. hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en uitgesproken door mr. C. Sikkel op 20 mei 2020.