Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 8 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord van 13 mei 2020, met producties;
- het e-mailbericht van PostNL van 13 mei 2020, met een aanvullende productie;
- de pleitnota van PostNL;
- de pleitnota van [gedaagde] ;
- de Skype-zitting van 15 mei 2020.
2..De feiten
In de huurovereenkomst is onder meer opgenomen dat TNT te allen tijde haar volledige medewerking zal verlenen aan het vestigen van een (van de huurovereenkomst afhankelijke) opstalrecht met betrekking tot de [adres 1] ten behoeve van de ondererfpachter. Een opstalrecht kan echter niet worden gevestigd op een erfpachtrecht, aangezien de in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek genoemde zakelijke rechten (waaronder een opstalrecht) krachtens het wettelijk systeem slechts kunnen worden gevestigd op een zaak en niet op een daaruit afgeleid beperkt recht. Gezien het vorenstaande zijn partijen nader overeengekomen, teneinde toch tot een zoveel mogelijk gelijk resultaat te komen, dat in de huurovereenkomst voor ‘opstalrecht’ gelezen dient te worden ‘ondererfpachtrecht’.
In verband met het onder C .3 vermelde zijn erfpachter en ondererfpachter met elkaar een overeenkomst aangegaan strekkende tot vestiging van een tijdelijk recht van ondererfpacht met de inhoud als in deze akte vermeld, met betrekking tot het ondererfpachtterrein.
Indien ondererfpachter zulks wenst is erfpachter verplicht zo spoedig mogelijk haar volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen door de ondererfpachter van een eigen erfpachtrecht ten laste van de grondeigenaar; hiertoe zullen erfpachter en ondererfpachter onder meer het volgende ondernemen:
Indien erfpachter in de gelegenheid wordt gesteld het terrein van de grondeigenaar (gedeeltelijk) in eigendom te verwerven zal zij de ondererfpachter hierover informeren en voor zover mogelijk dit recht van koop – voor zover dit betrekking heeft op het ondererfpachtterrein – overdragen aan ondererfpachter. Een en ander onverminderd het in het hiervoor in artikel 14 lid 1 bepaalde Pro.
de bepalingen vermeld in de akte van vestiging erfpacht op twintig december negentienhonderd achtentachtig
de bepalingen vermeld in de akte van vestiging ondererfpacht op negenentwintig augustus tweeduizend acht
het bepaalde voorkomende in de akte van levering op negenentwintig augustus tweeduizend acht (…)”
“meer subsidiair, namelijk voor zover mocht worden geoordeeld dat dit beroep nog niet zou zijn gedaan, en voor zover de eerdere/andere stellingen als ingenomen in de dagvaarding niet onherroepelijk door een rechter zouden worden gevolgd”.
3..Het geschil
4..De beoordeling
Het spoedeisend belang
€ 980,00