ECLI:NL:RBROT:2020:13217

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 januari 2020
Publicatiedatum
31 mei 2021
Zaaknummer
10/258755-19
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 55 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen tijdens uitgaan

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 januari 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op 8 september 2019 te Rotterdam een geladen vuurwapen met drie kogelpatronen bij zich had tijdens het uitgaan. Het wapen, een (gas)pistool van het merk Zoraki 906 kaliber 7.65 mm, werd verstopt in een plantenbak bij de ingang van een club en later gevonden door beveiligers.

De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en is strafbaar bevonden op grond van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsluiten. De rechtbank heeft het feit als ernstig beoordeeld vanwege het risico voor de veiligheid en de onaanvaardbare angst die het bezit van een vuurwapen in de samenleving veroorzaakt.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat het vuurwapen geladen was, de verdachte onder invloed van lachgas en alcohol verkeerde en dat het wapen toegankelijk was voor anderen. Positief werd meegewogen dat de verdachte concrete plannen heeft om zijn leven te beteren en gemotiveerd is om het reclasseringstoezicht voort te zetten. De rechtbank heeft de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van acht maanden passend en geboden geacht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen tijdens het uitgaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/258755-19
Datum uitspraak: 31 januari 2020
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,
raadsman mr. D.C.E. Timmermans, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2020.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Pieters heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van voorarrest.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Hij op 8 september 2019 te Rotterdam
-een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (gas)pistool, van het merk/type Zoraki 906, kaliber 7.65 mm en
- munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als
bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten 3 kogelpatronen, kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft tijdens het uitgaan in Rotterdam een geladen vuurwapen voorhanden gehad met in totaal drie kogelpatronen. De verdachte heeft, toen hij een club met detectiepoortjes binnen wilde gaan, het wapen verstopt in een plantenbak waar het vervolgens is gevonden door (oud-)beveiligers van die club.
Ongecontroleerd wapenbezit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Dit omdat het voorhanden hebben van een vuurwapen gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan. Daarnaast draagt het ongecontroleerde bezit van een wapen en de bijbehorende munitie bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd en ongecontroleerd aanwezig hebben van vuurwapens en munitie.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 januari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
De rechtbank neemt in strafverzwarende zin mee dat het vuurwapen geladen was en dat de verdachte het vuurwapen voorhanden had in het uitgaansleven, terwijl hij bovendien onder invloed van lachgas en alcohol was. Daarbij komt ook nog dat de verdachte het vuurwapen heeft achtergelaten in een plantenbak zodat het wapen ook voor andere, onbekende personen toegankelijk was en gebruikt kon worden.
Ten voordele van de verdachte wordt meegewogen dat hij concrete plannen heeft gemaakt om zijn leven te beteren en dat hij zich gemotiveerd toont het lopende reclasseringstoezicht in de strafzaak met parketnummer 10/811160-17 voort te zetten.
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf, een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden, passend en geboden.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikel 55 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en J.M.L. van Mulbregt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A. de Vrind, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 8 september 2019 te Rotterdam
-een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (gas)pistool, van het merk/type Zoraki 906, kaliber 7.65 mm en/of
- munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als
bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten 3 kogelpatronen, kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad.