Verzoekster verzocht de rechtbank om postume vaststelling van het vaderschap van een overledene. Na eerdere procedurele stappen en een aanhouding van de zaak, werd tijdens een mondelinge behandeling geconcludeerd dat DNA-onderzoek via MyHeritage te onzeker was en daarom afgewezen.
Verzoekster vroeg vervolgens om vervangende toestemming om het graf te openen en DNA-materiaal van het stoffelijk overschot te verkrijgen, omdat geen andere familieleden of voorwerpen beschikbaar waren voor een betrouwbaar verwantschapsonderzoek. Verweerders, als rechthebbenden op het graf, verzetten zich tegen het openen van het graf.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekster om haar vaderschap te weten zwaarder weegt dan het belang van verweerders bij een ongestoorde rustplaats. Daarom werd vervangende toestemming verleend voor het openen van het graf en het uitvoeren van DNA-onderzoek. Verzoekster krijgt de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de benoeming van deskundigen en de kosten daarvan. De zaak wordt aangehouden in afwachting van verdere stappen.