Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer K. Jansen, beschermingsbewindvoerder van verzoeker;
- mevrouw [naam] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de Gemeente Rotterdam te verplichten mee te werken aan een schuldregeling, nadat deze laatste had geweigerd in te stemmen vanwege vermeende schending van de inlichtingenplicht en toepassing van artikel 60c Participatiewet.
De rechtbank constateerde dat het schuldregelingvoorstel was getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam, en goed onderbouwd was. Verzoeker beschikte niet over betaald werk en was ontheven van sollicitatieplicht, waardoor zijn afloscapaciteit beperkt is. De rechtbank vond dat de belangen van verzoeker en instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de Gemeente Rotterdam.
De weigering van de Gemeente Rotterdam was gebaseerd op een wettelijke bepaling, maar de rechtbank overwoog dat dit in het kader van de belangenafweging bij een dwangakkoord niet doorslaggevend is. Het verzoek werd toegewezen, de Gemeente Rotterdam werd veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Gemeente Rotterdam in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.