ECLI:NL:RBROT:2020:1539

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
563987
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering in vrijwaring wegens afwijzing hoofdvordering

In deze civiele procedure vordert eiseres, een vennootschap onder firma, vrijwaring van Van der Brugge Makelaardij O.G. Hypotheken en VRZ. De vordering in vrijwaring is afhankelijk van de uitkomst van de hoofdzaak tussen eiseres en een derde partij, waarin werd geoordeeld dat eiseres schadeplichtig zou kunnen zijn jegens die derde partij.

Bij tussenvonnis was bepaald dat indien in de hoofdzaak zou worden vastgesteld dat eiseres schadeplichtig is, Van der Brugge haar dient te vrijwaren. Echter, bij het eindvonnis in de hoofdzaak is de vordering van de derde partij jegens eiseres afgewezen. Gevolg is dat ook de vordering in vrijwaring wordt afgewezen.

De rechtbank veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van Van der Brugge, begroot op € 6.094,- plus wettelijke rente en nakosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee komt een einde aan het geschil over de vrijwaring, waarbij eiseres als de in het ongelijk gestelde partij wordt aangemerkt.

Uitkomst: De vordering in vrijwaring wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/563987 / HA ZA 18-1191
Vonnis in vrijwaring van 19 februari 2020
in de zaak van
vennootschap onder firma
[eiseres],
gevestigd te Leerdam,
eiseres,
advocaat mr. R. van Baarlen te Utrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN DER BRUGGE MAKELAARDIJ O.G. HYPOTHEKEN EN VRZ,
gevestigd te Gorinchem,
gedaagde,
advocaat mr. D.W.N. Brand te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] respectievelijk van der Brugge genoemd worden.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 maart 2019 en de daarin opgenomen processtukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 20 maart 2019 is geoordeeld dat als in de hoofdzaak zal komen vast te staan dat [eiseres] schadeplichtig is jegens [naam] c.s., Van der Brugge [eiseres] dient te vrijwaren. Bij eindvonnis in de hoofdzaak tussen [naam] c.s. en [eiseres] van vandaag is de vordering van [naam] c.s. jegens [eiseres] afgewezen. Daarom wordt vordering in vrijwaring ook afgewezen.
2.2.
[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van der Brugge worden begroot op:
- griffierecht 3.946,00
- salaris advocaat
2.148,00(2 punten × tarief € 1.074,00)
Totaal € 6.094,00.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Van der Brugge tot op heden begroot op € 6.094,00,te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na de datum van het vonnis tot de dag van volledige betaling
3.3.
veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening
3.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.
424