Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om te voorkomen dat verweerster de huurovereenkomst opzegt en de woning ontruimt. Dit verzoek volgt op een vonnis van 1 november 2019 dat ontruiming toestond vanwege een aanzienlijke huurachterstand.
Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat financiële problemen ontstonden door een lage uitkering, maar inmiddels is een bijstandsuitkering toegekend en is budgetbeheer opgestart. Verweerster betwist het verzoek vanwege een huurachterstand van ruim 7.000 euro en twijfelt aan de betalingscapaciteit van verzoeker.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder weegt dan het belang van verweerster. De voorziening wordt daarom toegewezen voor drie maanden, korter dan de gevraagde zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening schort de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis op en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van drie maanden.