Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [naam 1] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij wijkteam Bloemhof.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord te verkrijgen waarbij een schuldeiser, DUO, wordt gedwongen in te stemmen met een schuldregeling. Verzoekster heeft een schuld aan DUO en 12 concurrente schuldeisers met een totaalbedrag van €9.776,52. Zij bood een schuldregeling aan waarbij concurrente schuldeisers 11,73% tot 17,57% van hun vordering zouden ontvangen tegen finale kwijting, maar DUO werd uitgesloten van finale kwijting vanwege hun beleid.
De rechtbank constateert dat DUO een bevoordeelde positie inneemt omdat zij geen finale kwijting verleent, in tegenstelling tot andere schuldeisers. Dit was niet bekend bij de andere schuldeisers, waardoor hun instemming niet op een juiste basis kon worden gegeven. Daarnaast acht de rechtbank het aanbod niet het maximaal haalbare omdat verzoekster momenteel studiefinanciering ontvangt en geen inkomsten uit arbeid heeft, terwijl van haar mag worden verwacht dat zij zich maximaal inspant om arbeid te verrichten.
De rechtbank concludeert dat het belang van DUO als weigeraar zwaarder weegt dan dat van verzoekster en de andere schuldeisers. Daarom wordt het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. Een afzonderlijke beslissing over de wettelijke schuldsaneringsregeling zal volgen.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen vanwege een onvoldoende onderbouwd aanbod en de bevoordeling van DUO ten opzichte van andere schuldeisers.