Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 februari 2020 in de zaak tussen
2. de Vereniging van Eigenaars Halvemaanpassage oneven nummers, de Vereniging van Eigenaars Halvemaanpassage even nummers, [naam eiser 2] , [naam eiser 3] ,
[naam eiseres], te New York, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
,en 13 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7100, is bij een vergelijking van de bezonningssituatie bepalend wat op grond van het bestemmingsplan maximaal aan bebouwing of anderszins kan worden gerealiseerd, ongeacht of verwezenlijking daadwerkelijk plaatsvindt. In dit verband is van belang dat de woontoren weliswaar hoger is maar tegelijkertijd ranker wordt uitgevoerd. Het bouwvlak in het bestemmingsplan is namelijk 44 meter breed terwijl de breedte van de woontoren 39,5 meter wordt. Zodoende wordt 4,5 meter in de breedte van het bouwvlak niet benut (2,25 meter aan elke zijde) en heeft dit voor de bezonning een gunstig effect. De ophoging naar 150/155 meter brengt in die situatie voor eisers geen verslechtering.
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dit ziet op zowel de beschikbaarheid van deelauto’s als het MaaS-abonnement voor minimaal 10 jaar als voor wat betreft het benodigde aantal parkeerplaatsen voor niet-woonfuncties;
- vernietigt het bestreden besluit tevens, voor zover dit ziet op het fietsparkeren;
- bepaalt dat aan het bestreden besluit het volgende voorschrift wordt toegevoegd;
- “Het project mag niet in gebruik worden genomen voordat de fietsvoorziening voor 169 parkeerplaatsen is gerealiseerd in het pand Coolsingel 75 te Rotterdam dan wel op een locatie die niet verder van de projectlocatie afligt dan het voornoemde pand aan de Coolsingel.”
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit, voor zover dit ten aanzien van het fietsparkeren is vernietigd;
- verklaart de beroepen, voor zover deze gericht zijn tegen het bestreden besluit II, ongegrond;
- bepaalt dat verweerder aan eisers 2 het betaalde griffierecht van € 345,- vergoedt;
- bepaalt dat verweerder aan eisers 1 en 3 het door hen betaalde griffierecht van ieder
- € 174,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1 en 2 tot een bedrag van ieder € 1050,-.