Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 15 maanden met aftrek
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
- oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel, te weten een contactverbod met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , voor de duur van 2 jaar;
- toepassing van (telkens) 1 week vervangende jeugddetentie bij overtreding van dat verbod, met een maximum van 6 maanden;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
poging tot doodslag.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
voor de duur van 196 (honderdzesennegentig) dagen,
groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
[naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht;
werkstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uur,waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
60 (zestig) dagen;
[naam benadeelde], te betalen een bedrag van
€ 2.458,04 (zegge: tweeduizend vierhonderdachtenvijftig euro en vier cent), bestaande uit € 458,04 (vierhonderdachtenvijftig euro en vier cent) aan materiële schade en € 2.000,- (tweeduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 2.458,04(hoofdsom,
zegge: tweeduizend vierhonderdachtenvijftig euro en vier cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;