AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot machtiging tot verlenen van verplichte zorg op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De mondelinge behandeling vond plaats op 12 februari 2020 bij Antes GGZ, locatie Albrandswaard, waar ook medische verklaringen en zorgplannen werden besproken.
De behandelaar gaf aan dat de psychose van betrokkene momenteel niet aanwezig is en betrokkene verklaarde vrijwillig in de accommodatie te willen verblijven totdat ambulante zorg in de thuissituatie geregeld is. De rechtbank beoordeelde dat niet voldaan was aan de criteria voor verplichte zorg, omdat er geen sprake was van ernstig nadeel veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis en er mogelijkheden waren voor passende vrijwillige zorg.
Daarom werd het verzoek om een zorgmachtiging afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De schriftelijke beschikking is op 18 februari 2020 uitgewerkt en ondertekend door rechter Poiesz.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot verlenen van verplichte zorg wordt afgewezen omdat niet voldaan is aan de criteria van de Wvggz.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/590074 / FA RK 20-384
Betrokkenenummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 februari 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , gemeente [gemeente]
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes GGZ, locatie Albrandswaard te Poortugaal,
advocaat mr. P.R. Klaver te Bergen op Zoom.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen op 22 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door P. Wauben, psychiater, van 17 januari 2020;
de zorgkaart van 17 januari 2020 met bijlagen;
het zorgplan van 17 januari 2020 met bijlagen;
de bevindingen van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 5:15 WvggzPro;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020, bij Antes GGZ, locatie Albrandswaardsedijk.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
J. Tollenaar, psychiater, verbonden aan Antes GGZ, locatie Albrandswaard.
1.2.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 enPro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.2.
De behandelaar stelt ter zitting dat de psychose van betrokkene, waarvoor hij eerder opgenomen was bij Poortmolen, op dit moment niet meer aanwezig is. Betrokkene verklaart vrijwillig in de accommodatie te willen verblijven tot ambulante zorg in de thuissituatie is geregeld.
2.3.
Het verzoek wordt afgewezen omdat op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel dat wordt veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis. Gebleken is bovendien dat er mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Ook om deze reden is verplichte zorg niet nodig. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek om een zorgmachtiging wordt afgewezen.
3..Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 12 februari 2020 mondeling gegeven door mr. S.H. Poiesz, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 18 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.