ECLI:NL:RBROT:2020:1888

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 februari 2020
Publicatiedatum
4 maart 2020
Zaaknummer
C/10/576142 / HA ZA 19-555
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing provisievordering over koopsom exclusief btw in bemiddelingsovereenkomst

Elders Consultancy vordert betaling van een provisie van 1,5% over de (ver)koopsom van een perceel met bedrijfspand, waarbij de rechtbank eerst heeft vastgesteld dat de koopsom € 2.800.000 bedroeg. Uit een overgelegde notariële akte bleek de werkelijke koopsom zelfs hoger, namelijk € 2.907.712,28 inclusief btw.

De discussie spitste zich toe op de vraag of de provisie ook over de btw moest worden berekend. Elders Consultancy stelde dit niet expliciet en onderbouwde dit ook niet, terwijl Vehold dit gemotiveerd betwistte. De rechtbank oordeelde dat het gebruikelijk is om prijzen exclusief btw te hanteren tussen ondernemers en wees de provisie toe over de koopsom exclusief btw.

Daarnaast werd de gevorderde rente toegewezen vanaf de dagvaarding, omdat niet was gesteld wanneer verzuim was ingetreden. De rechtbank veroordeelde Vehold tot betaling van de provisie inclusief btw over de provisie, de wettelijke handelsrente, en de proceskosten. De vordering tegen [naam gedaagde] bleef onbesproken omdat Vehold contractueel verbonden was.

Het vonnis werd op 26 februari 2020 gewezen door mr. J.B. Smits en verklaard uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Vehold wordt veroordeeld tot betaling van € 43.615,68 aan Elders Consultancy, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/576142 / HA ZA 19-555
Vonnis van 26 februari 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ELDERS CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Castricum,
eiseres,
advocaat mr. E.M.J. van Haaren te Maastricht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VEHOLD B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2.
[naam gedaagde],
wonende te Zoetermeer,
gedaagden,
advocaat mr. N.F. Barthel te Zoetermeer.
Partijen zullen hierna Elders Consultancy, Vehold en [naam gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 13 november 2019 (verder het “tussenvonnis”),
  • de akte van 27 november 2019 van Elders Consultancy,
  • de antwoordakte van 8 januari 2020 van Vehold en [naam gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis is Elders Consultancy toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de (ver)koopsom voor het perceel met bedrijfspand € 2.800.000,00 bedroeg.
2.2.
Uit de door Elders Consultancy bij akte van 27 november 2019 overgelegde notariële akte van levering van 20 mei 2019 blijkt dat de (ver)koopprijs € 2.907.712,28 bedroeg, inclusief btw (€ 2.403.068,00 exclusief btw). Vehold en [naam gedaagde] hebben bij antwoordakte een afschrift van dezelfde notariële akte overgelegd.
2.3.
Nu uit de door Elders Consultancy overgelegde notariële akte blijkt dat de daadwerkelijke (ver)koopprijs hoger was dan de door Elders Consultancy te bewijzen (ver)koopprijs, is de rechtbank van oordeel dat Elders Consultancy in de haar gegeven bewijsopdracht is geslaagd.
2.4.
In de door Elders Consultancy zelf opgestelde e-mail van 14 juni 2018, 12:03u is echter slechts vermeld “
1,5% van de verkoopsom”. Of daarmee de verkoopsom inclusief btw of exclusief btw bedoeld wordt, blijkt niet uit deze e-mail en ook niet uit andere correspondentie. Elders Consultancy heeft niet expliciet gesteld, laat staan onderbouwd, dat overeengekomen is dat de provisie van 1,5% ook berekend zou worden over de bij de transactie verschuldigde btw.
2.5.
Vehold en [naam gedaagde] hebben daarentegen in de antwoordakte gemotiveerd betwist dat de provisie mede over de verschuldigde btw berekend zou moeten worden. Het is de rechtbank daarnaast ambtshalve bekend dat het, tussen ondernemers onderling, gebruikelijk is om in de communicatie over en weer prijzen exclusief btw te hanteren. In dat licht is de rechtbank van oordeel dat in dit geval slechts een provisie toewijsbaar is van 1,5% over de koopsom exclusief btw. De over het provisiebedrag zelf verschuldigde (en ook gevorderde) btw is wél toewijsbaar.
2.6.
De rechtbank zal de vordering van Elders Consultancy daarom als volgt toewijzen:
Provisie (1,5% x € 2.403.068,00) € 36.046,02
btw over provisie (21%) € 7.569,66+
Totaal € 43.615,68
2.7.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis al geoordeeld dat de bemiddelingsovereenkomst is gesloten tussen Elders Consultancy enerzijds en Vehold anderzijds (randnummer 4.11 van het tussenvonnis). Het onder 2.6 vastgestelde bedrag zal daarom ten laste van Vehold worden toegewezen. [naam gedaagde] is blijkens de dagvaarding enkel subsidiair in het geding betrokken, voor zover de rechtbank zou oordelen dat Vehold niet contractueel zou zijn verbonden. Nu de rechtbank met het voorgaande tot het oordeel komt dat Vehold wel contractueel is verbonden jegens Elders Consultancy, kunnen de stellingen ten aanzien van [naam gedaagde] verder onbesproken blijven.
2.8.
De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding, omdat niet voldoende gemotiveerd is gesteld wanneer het verzuim is ingetreden.
2.9.
Vehold zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Elders Consultancy worden begroot op:
- dagvaarding € 87,99
- griffierecht 1.992,00
- salaris advocaat
2.685,00(2,5 punten × tarief € 1.074,00)
Totaal € 4.764,99

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Vehold om aan Elders Consultancy te betalen een bedrag van € 43.615,68 (drieënveertigduizendzeshonderdvijftien euro en achtenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW met ingang van 6 juni 2019 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Vehold in de proceskosten, aan de zijde van Elders Consultancy tot op heden begroot op € 4.764,99,
3.3.
veroordeelt Vehold in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Vehold niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2020.
[3195/2221]