Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
C/10/559652 / FA RK 18-7830 en C/10/564246 /FA RK 19-9883 (echtscheiding/verdeling)
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 3 oktober 2018;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 14 december 2018;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek tevens houdende aanvullende verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 8 februari 2019;
- het verweerschrift op aanvullend verzoek tevens houdende een aanvullend zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 8 maart 2019;
- de brief met bijlagen van de zijde van de man van 26 april 2019;
- de brief van met bijlagen van de zijde van de man van 25 november 2019;
- de brief met bijlagen van de zijde van de man van 27 november 2019;
- het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 28 november 2019;
- de brief met bijlagen van de zijde van de man van 29 november 2019;
- de brief met bijlagen van de zijde van de vrouw van 29 november 2019;
- de brief met bijlagen van de zijde van de vrouw van 3 december 2019.
- de man met zijn advocaat mr. Schellekens;
- de vrouw met haar advocaat mr. Dreesmann-Bruijntjes en
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), ter zitting vertegenwoordigd door mevrouw [naam vertegenwoordigster] .
2.De vaststaande feiten
- de man met ingang van de datum van beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;
- de vrouw de man met ingang van de datum van beschikking wekelijks per e-mail informeert over de minderjarige en daarbij een recente foto voegt;
- de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig als volgt zal zijn: de man wordt in de gelegenheid gesteld contact te hebben met de minderjarige bij Horizon Rotterdams Omgangshuis, in het kader van het traject Ouderschap Blijft, waarbij tijdstippen, duur, aantal, frequentie en inhoud van de contacten worden bepaald door de medewerkers van Horizon Rotterdams Omgangshuis, na overleg met partijen;
- tot het moment dat wordt gestart met het traject Ouderschap Blijft voor omgangs- en ouderschapsbemiddeling bij Horizon Jeugdzorg te Rotterdam, zal de begeleide omgang tussen de man en de minderjarige worden voortgezet bij Stichting Arosa te Rotterdam. De begeleide omgang zal, voor zover dat bij de betrokken instanties mogelijk is, wekelijks op vrijdag plaatsvinden.
- de vrouw bevolen de minderjarige binnen vier weken na de datum van vonnis in te schrijven op kinderdagverblijf Zus & Zo in Rotterdam. Mocht op (de betreffende vestiging van) het kinderdagverblijf geen plaats meer zijn voor de minderjarige dan dient inschrijving te geschieden op een ander kinderdagverblijf in Rotterdam;
- bepaald dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig als volgt zal zijn:
- de beschikking van 16 januari 2019 gewijzigd en bepaald dat de vrouw met ingang van de datum van beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met het bevel aan de man deze te verlaten en niet meer te betreden;
- de minderjarige aan de vrouw toevertrouwd;
- de beschikking van 16 januari 2019 gewijzigd en bepaald dat de minderjarige in het kader van de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken op dinsdag vanuit kinderdagverblijf Zus & Zo tot donderdag naar het kinderdagverblijf Zus & Zo bij de man verblijft;
- bepaald dat partijen over en weer zullen zorgdragen dat de minderjarige contact heeft met de ouder waar hij niet verblijft via facetime of de telefoon;
- de vrouw veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij de zorgregeling niet nakomt;
- de raad verzocht het onderzoek, bepaald bij vonnis in kort geding van 4 april 2019, of andere bemoeienis naar de verblijfplaats van de minderjarige en de zorgregeling voort te zetten en het rapport en advies voor de datum van de mondelinge behandeling van het verzoek tot echtscheiding aan de rechtbank te doen toekomen.
- de verblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen;
- een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de minderjarige de ene week bij hem verblijft en de andere week bij de vrouw met het wisselmoment op maandagochtend, dan wel op woensdagmiddag en de vakanties en feestdagen bij helfte te verdelen;
- te bepalen dat het paspoort in beheer is bij de ouder waar de minderjarige zijn hoofdverblijf heeft en dat dit op eerste verzoek ter beschikking wordt gesteld aan de andere ouder voor gebruik;
- de vrouw te bevelen terug te verhuizen naar de echtelijke woning in Rotterdam op straffe van een dwangsom;
- een door de vrouw te betalen kinderbijdrage.
- de verblijfplaats van de minderjarige bij haar te bepalen;
- een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de minderjarige iedere woensdag uit school tot 18.00 uur bij de man verblijft, alsmede een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag voor school en de vakanties en feestdagen bij helfte te verdelen;
- te bepalen dat het paspoort in beheer is bij haar en dat zij dit op eerste verzoek aan de man zal verstrekken indien hij dat nodig heeft, waarna hij het paspoort weer retourneert;
- haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige te verhuizen naar Den Haag;
- haar vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige in te schrijven op een basisschool en BSO te Den Haag;
- een door de man te betalen kinderbijdrage.
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de extra kosten van contact na de verhuizing.
€ 5.322,- per maand. Dit netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen gevoegd bij het ten aanzien van de minderjarige toepasselijke aantal kinderbijslagpunten (4), levert op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, die is opgenomen als bijlage bij het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen, een bedrag op van € 845,- per maand. Geïndexeerd naar 2020 levert dat op een bedrag van € 883,- per maand, zodat de behoefte van de minderjarige wordt vastgesteld op laatstgenoemd bedrag.
€ 883,- per maand. De zorgkorting bedraagt € 309,- per maand.
€ 89.391,24 per peildatum en dat partijen deze bij helfte dienen te dragen. De man voert gemotiveerd verweer.