ECLI:NL:RBROT:2020:2014

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 februari 2020
Publicatiedatum
6 maart 2020
Zaaknummer
C/10/590909 / FA RK 20-718
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 10 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-I-stoornis.

Uit de medische verklaringen en het zorgplan bleek dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder het risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoonde zorgmijdend gedrag en grootheidswanen, en was gestopt met medicatie. De artsen stelden dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.

De rechtbank oordeelde dat voldaan was aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg: er waren geen minder bezwarende alternatieven, de zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging werd verleend voor zes maanden, met specifieke maatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, onderzoek en controle op gedrag-beïnvloedende middelen, en opname in een accommodatie.

De beschikking werd mondeling gegeven op 10 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 20 februari 2020. Tegen de beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/590909 / FA RK 20-718
Betrokkenenummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 februari 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
thans verblijvende in [naam GGZ-instelling] , locatie [naam locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. A.W. Grijseels te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen op 5 februari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 20 januari 2020;
  • de zorgkaart van 21 januari 2020 met bijlagen;
  • het zorgplan van 17 januari 2020 met bijlagen;
  • de beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020, in Antes, locatie Albrandswaardsedijk.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
  • [persoon B] , geneesheer-directeur, en
  • [persoon C] , arts, beiden verbonden aan Antes.
1.3.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier niet ter zitting verschenen.
2. Beoordeling
2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire-I-stoornis.
2.1.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene verklaart dat het goed gaat en dat hij naar het huis van zijn moeder wil gaan om daar te verblijven. Voor de opname stond betrokkene in contact met een FACT-team. Gedurende de begeleiding door het FACT-team is hij echter gestopt met het innemen van medicatie. De arts geeft ter zitting aan dat sprake is van grootheidswanen. Zo heeft betrokkene de overtuiging dat hij de directeur is van de accommodatie. Daarnaast is betrokkene tijdens de opname zorgmijdend en als hij het niet eens is met een hulpverlener loopt bij hem de agitatie snel op. De arts verklaart dat het hierdoor niet mogelijk is om betrokkene op dit moment naar het huis van zijn moeder te laten gaan. De moeder van betrokkene is immers degene die hulp heeft ingeschakeld in verband met de agressie en dreiging van haar zoon, aldus de arts. De arts acht het noodzakelijk om eerst de medicatie opnieuw in te stellen voordat over een terugkeer naar huis gesproken kan worden.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:
  • het toedienen van en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, tot en met 10 augustus 2020;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, tot en met 10 mei 2020;
  • het insluiten, tot en met 10 mei 2020;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene, tot en met 10 mei 2020;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen, tot en met 10 augustus 2020;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, tot en met 10 augustus 2020;
  • het opnemen in een accommodatie, tot en met 10 mei 2020.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht nu de arts ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het nadeel af te wenden.
2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.4.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, waarbij per vorm van verplichte zorg de maximale termijn geldt als onder 2.2.2. aangegeven.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 augustus 2020.
Deze beschikking is op 10 februari 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.