ECLI:NL:RBROT:2020:2021

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
9 maart 2020
Zaaknummer
C/10/591480 / FA RK 20-975
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte behandeling anorexia nervosa

De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor een jongvolwassene met anorexia nervosa en gegeneraliseerde angststoornissen.

Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene sinds september 2019 de diagnose anorexia nervosa heeft en in december 2019 klinisch werd opgenomen wegens acuut lichamelijk gevaar door stoppen met eten. Ondanks erkenning van de diagnose weigert betrokkene vrijwillig te eten en wil zij terug naar huis om verder af te vallen, wat ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.

De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk is om haar fysieke gezondheid te stabiliseren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom voor zes maanden verleend, met maatregelen zoals het toedienen van voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.

De beschikking is mondeling gegeven op 18 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 2 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met anorexia nervosa.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/591480 / FA RK 20-975
Betrokkenenummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 februari 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] 2003, [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Erasmus Medisch Centrum, afdeling Psychiatrie unit P1 te Rotterdam,
advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen op 14 februari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door M.S.J. Flos, psychiater, van 13 februari 2020;
  • de zorgkaart van 13 februari 2020 met bijlagen;
  • het zorgplan van 12 februari 2020 met bijlagen;
  • de beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.;
  • bericht dat er geen relevante politie en/of strafvorderlijke en justitiële gegevens zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020, in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • [naam arts] , arts, verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum.
1.2.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene leidt aan een psychische stoornis, te weten anorexia nervosa en gegeneraliseerde angststoornissen.
Bij betrokkene is in september 2019 de voornoemde diagnose gesteld. Betrokkene is in december 2019 opgenomen geweest, nadat ze gestopt was met eten, zodat zij acuut lichamelijk gevaar liep. Betrokkene erkent de diagnose, maar de gedachten vanuit de eetstoornis zijn dusdanig overheersend, dat zij daar geen weerstand tegen wil bieden. Ondanks het feit dat betrokkene de gevaren voor haar lichaam kent, heeft zij de wens om weer naar huis te gaan om daar verder af te vallen, met alle ernstige lichamelijke gevaren van dien. Binnen de huidige kliniek ontvangt betrokkene alle maaltijden via een sonde (onder verbaal verzet) omdat zij niet zelfstandig wil eten of drinken. De ouders van betrokkene herkennen de problematiek en erkennen de diagnose en voor hen is het van belang dat betrokkene de meest passende zorg krijgt. Behandeling van betrokkene is noodzakelijk, met als doel de rigide gedachtenpatronen vanuit de eetstoornis te doen verminderen en om betrokkene te blijven motiveren om de verdere behandeling voort te zetten.
2.1.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel. Op dit moment is een (gedwongen) behandeling in een klinische setting nog noodzakelijk. Betrokkene wordt een dezer dagen overgeplaatst naar Rintveld te Altrecht, dat een open karakter heeft, met als achtervang een plaatsing in het Erasmus MC, waar de zorgmachtiging voor nodig is.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om het ernstig nadeel af te wenden, te weten de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:
  • het toedienen van vocht;
  • het toedienen van voeding;
  • het toedienen van medicatie, met uitzondering van olanzepine;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, met uitzondering van therapeutische maatregelen;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.4.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus 2020;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 18 februari 2020 mondeling gegeven door mr. S.H. Poiesz, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 2 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.