De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor een jongvolwassene met anorexia nervosa en gegeneraliseerde angststoornissen.
Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene sinds september 2019 de diagnose anorexia nervosa heeft en in december 2019 klinisch werd opgenomen wegens acuut lichamelijk gevaar door stoppen met eten. Ondanks erkenning van de diagnose weigert betrokkene vrijwillig te eten en wil zij terug naar huis om verder af te vallen, wat ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk is om haar fysieke gezondheid te stabiliseren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom voor zes maanden verleend, met maatregelen zoals het toedienen van voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.
De beschikking is mondeling gegeven op 18 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 2 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.