De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 21 februari 2020 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn zus te verlengen tot 30 april 2020. Dit besluit volgt op een eerdere beschikking van 31 januari 2020 waarbij de minderjarige voorlopig onder toezicht werd gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend.
De minderjarige verblijft bij zijn zus omdat hij niet terug kan en wil naar zijn ouders, die aangeven de opvoeding niet meer aan te kunnen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzetten zich niet tegen de verlenging, hoewel de minderjarige zich niet aan alle bijzondere voorwaarden houdt, zoals het volgen van onderwijs. De moeder en vader verzetten zich eveneens niet tegen het verzoek.
De kinderrechter acht verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De behandeling van het verzoek tot definitieve ondertoezichtstelling wordt aangehouden tot 16 april 2020, zodat de Raad een definitieve rapportage kan aanleveren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verhoor van betrokkenen staat gepland op genoemde datum.