ECLI:NL:RBROT:2020:212
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Wmo 2015 wegens onvoldoende concrete indicatie huishoudelijke hulp
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van de erven van een overledene tegen het besluit van de gemeente Hellevoetsluis inzake een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden op grond van de Wmo 2015. De voorziening was toegekend in resultaten, niet in uren, wat leidde tot onduidelijkheid over de omvang van de hulp.
De rechtbank overwoog dat het resultaatgericht indiceren niet voldoet aan het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het niet duidelijk maakt hoeveel uren huishoudelijke ondersteuning zijn toegekend. Dit oordeel volgt ook uit een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De COPD-klachten van betrokkene waren onvoldoende betrokken bij de indicatie.
Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en de gemeente opgedragen een nieuw besluit te nemen met een concrete urenindicatie, rekening houdend met de medische situatie en eerdere normtijden. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een concrete urenindicatie, inclusief vergoeding van griffierecht en proceskosten.