Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.Standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
€ 543,- aan salaris voor de advocaat (1 punt liquidatietarief).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Op 5 maart 2020 behandelde de Rechtbank Rotterdam het verzoek van verzoekster tot faillietverklaring van verweerster. Verzoekster stelde een opeisbare vordering te hebben van ruim € 3.600, bestaande uit kilometervergoedingen over april tot oktober 2019, maar verweerster had deze facturen niet voldaan. Verweerster betwistte het bestaan van de vordering, stellende dat de auto waarvoor de kosten werden gemaakt ter beschikking was gesteld aan een ander bedrijf, niet aan verweerster zelf, en dat er geen overeenkomst bestond die betaling door verweerster rechtvaardigde.
Tijdens de zitting werden partijen gehoord, maar verweerster verscheen niet. De rechtbank oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat verweerster haar schulden niet kon voldoen, mede omdat verzoekster haar vordering onvoldoende had onderbouwd en eerdere betalingen door dezelfde bestuurder waren betwist. Ook werd het verzoek tot faillietverklaring gezien als misbruik van recht omdat het zonder ingebrekestelling was ingediend.
De rechtbank wees het verzoek tot faillietverklaring af en veroordeelde verzoekster ambtshalve in de proceskosten ten gunste van de belanghebbende, een aandeelhoudster van verweerster. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens ontbreken van summierlijk bewijs van vorderingsrecht.