ECLI:NL:RBROT:2020:2184
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke huishouding en terugvordering ouderdomspensioen wegens gehuwdennorm
Eiser ontvangt sinds november 2007 ouderdomspensioen volgens de alleenstaandennorm. Vanaf maart 2011 heeft verweerder onderzoek gedaan naar de woon- en leefsituatie van de partner van eiser, die haar woning verhuurde en veel tijd bij eiser doorbracht. Uit verklaringen van beiden blijkt dat de partner haar hoofdverblijf had in de woning van eiser en dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Verweerder heeft op grond hiervan het ouderdomspensioen van eiser herzien en het te veel ontvangen bedrag teruggevorderd. Eiser voerde aan dat de tweewoningenregel van toepassing was en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op het standpunt van verweerder, maar dit werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat eiser en partner geen gezamenlijke bankrekening hadden, maar wel zorg voor elkaar droegen, zoals het doen van de was en het schoonmaken van woningen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf maart 2011 en dat eiser verplicht was dit te melden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet omdat de partner van eiser niet volledig had meegewerkt aan het onderzoek. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het te veel ontvangen ouderdomspensioen wordt teruggevorderd.