Eiseres ontvangt sinds maart 2011 ouderdomspensioen volgens de alleenstaandennorm en heeft bij haar aanvraag een postadres opgegeven. Verweerder startte een onderzoek naar haar woonsituatie vanwege onduidelijkheden en meldingen van een gezamenlijke huishouding met haar partner sinds 2011.
Tijdens gesprekken in 2018 verklaarde eiseres dat zij haar hoofdverblijf heeft bij haar partner en dat zij zorg draagt voor elkaar, wat door haar partner werd bevestigd. Verweerder stelde op basis hiervan vast dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf maart 2011 en herzag het ouderdomspensioen, waarbij het te veel ontvangen bedrag werd teruggevorderd.
Eiseres voerde aan dat zij door een paniekstoornis niet aan haar verklaring gehouden kon worden en beriep zich op het vertrouwensbeginsel voor beperking van terugvordering. De rechtbank verwierp deze beroepen, oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig is afgelegd en dat eiseres onvoldoende duidelijkheid gaf over haar woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de herziening en terugvordering van het ouderdomspensioen.