In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of eiser terecht een boete opgelegd kreeg wegens het niet handhaven van het rookverbod in zijn horecagelegenheid te Almere. De toezichthouder constateerde dat in het voorportaal van de horeca-inrichting tabak werd gerookt, hetgeen een overtreding vormt van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Tabaks- en rookwarenwet.
Eiser betwistte niet dat er werd gerookt in het voorportaal, maar stelde dat de wetgeving slechts het personeel beschermt. De rechtbank verwierp dit verweer en benadrukte dat de bescherming geldt voor iedereen die de horeca-inrichting betreedt. De hoogte van de boete van €600 werd passend en geboden geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 maart 2020 door rechter A.C. Rop, in aanwezigheid van griffier N.S.J. Letschert. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.