Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam 1],
AON NEDERLAND C.V.tevens handelend onder de naam
[handelsnaam 2],
1..De procedure
- de dagvaardingen, met producties 1 tot en met 25;
- de conclusie van antwoord van RSA, met producties 1 tot en met 13;
- de conclusie van antwoord van Aon, met producties 1 tot en met 9;
- het e-mailbericht van 13 januari 2020 van mr. Van Beurden;
- de mondelinge behandeling op 13 januari 2020;
- de pleitnota van Legro c.s., met productie 26;
- de pleitnota naar aanleiding van stuken RSA van Legro;
- de pleitnota van RSA;
- de pleitnota van Aon.
2..De feiten
fabricage van potgrond”. Hieruit volgt dat iedere vorm van het mengen van het basisproduct potgrond/veen/turf onder deze activiteit valt en daarmee dus ook onderhavige schadekwestie waarbij turf met ijzer is vermengd.
en aanverwante zaken inclusief onder meer winkelartikelen”. Immers, hieruit volgt dat ook al hetgeen met fabricage van potgrond/veen/turf verband houdt, of verband houdt met een substraat, dan wel verband houdt met landbouwbenodigdheden aan één van deze verwant, onder de dekking valt.
3..Het geschil
landbouwbenodigdhedentot de verzekerde activiteiten behoort. Volgens Legro c.s. betreft dit het geheel van economische activiteiten waarbij het land wordt gebruikt ten behoeve van de productie van planten en dieren voor menselijk gebruik. Omdat de [naam product] te eten gegeven is aan biggen bestemd voor menselijk gebruikt, valt het mengsel onder landbouwbenodigdheden en dus onder de dekking. Legro c.s. stelt ook dat RSA de verzekeringsovereenkomst dient voort te zetten tot het moment van rechtsgeldige beëindiging.
4..De beoordeling
Ten aanzien van de door RSA overgelegde conclusie van antwoord met producties
te bepalen dat, voor zover RSA in gebreke blijft te voldoen aan het tweede gedeelte van de vordering onder I (vanaf c.q.), RSA gehouden is tot het voldoen van een dwangsom. Dit is hiervoor reeds tot uitdrukking gebracht.
Van der Meer / Lamberts)). Daar komt bij dat een verklaring voor recht onder het begrip
voorzieningmoet vallen. Onder het begrip
voorzieningwordt verstaan een bevel (gebod of verbod). De (voorlopige) verklaring voor recht is dat niet. Hoewel de conclusie dat een enkel declaratoire uitspraak in kort geding niet mogelijk is in de literatuur niet onomstreden is, is dit wel de heersende leer in de rechtspraak. Gelet hierop is de onder I gevorderde voorlopige verklaring voor recht niet toewijsbaar.
€ 980,00
€ 980,00