Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheid dat van het tenlastegelegde levensgevaar te duchten zou zijn geweest;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
welde namen van beide verdachten genoemd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het noemen van enkel de naam van [naam medeverdachte] in de brief, niet anders kan worden gezien dan als een kennelijke verschrijving. Immers is niet gebleken dat de plaatsvervangend officier van justitie heeft bedoeld om het gebruik van de Franse stukken in het strafrechtelijke onderzoek van de verdachte uit te sluiten. De verklaringen van getuige [naam getuige 1] kunnen daarom worden gebruikt voor het bewijs.
enmiddelen heeft verschaft
enmiddelen heeft verschaft
eenwoning onderdak te verlenen en
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
2 (twee) jaar;
240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
234 (tweehonderdvierendertig) urente verrichten taakstraf resteert;
117 (honderdzeventien) dagen.