ECLI:NL:RBROT:2020:2285
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens administratieve fout verjaard op grond van artikel 58 Pw
Eiseres ontving vanaf 1 januari 2016 bijstand op basis van de kostendelersnorm voor drie personen, maar vanaf 1 april 2016 werd abusievelijk bijstand toegekend volgens de norm voor een alleenstaande. Verweerder vorderde terugbetaling van te veel ontvangen bijstand over de periode 1 april 2016 tot en met 30 september 2016. Eiseres stelde dat de terugvordering niet meer mogelijk was omdat de termijn van twee jaar, zoals bepaald in artikel 58, zesde lid, van de Participatiewet, was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat de terugvordering inderdaad verjaard was omdat het besluit tot terugvordering pas op 2 april 2019 op juiste wijze aan de gemachtigde van eiseres was bekendgemaakt. Het eerdere besluit uit 2017 was immers ingetrokken. Hierdoor was verweerder niet bevoegd de kosten van bijstand terug te vorderen die meer dan twee jaar voor deze datum waren ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit II. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak trad in de plaats van het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot terugvordering van bijstand wegens verjaring en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.