Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoekster] , te [vestigingsplaats] , verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Rotterdam
De Rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van 28 bomen aan de oever van het Wantij.
Verzoekster stelde dat het gebied bijzondere natuurwaarden heeft en dat de kap schadelijk is voor beschermde diersoorten zoals de bever, rivierrombout en vleermuizen. Tevens werd aangevoerd dat niet aan de aanhaakplicht van de Wet natuurbescherming was voldaan. Verweerder stelde dat het kappen noodzakelijk was voor de oeverconstructie en het woon-/leefklimaat, en dat alternatieven niet realistisch waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster om onomkeerbare gevolgen te voorkomen zwaarder woog dan het belang van verweerder en vergunninghoudster. De rechtbank constateerde dat het ecologisch werkprotocol onvoldoende was geborgd in het besluit en dat de aanhaakplicht niet adequaat was nageleefd. Daarom werd de kapvergunning geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Wilbers-Taselaar op 18 maart 2020.
Uitkomst: De rechtbank schorst de kapvergunning voor 28 bomen tot zes weken na de uitspraak op het beroep vanwege onvoldoende ecologische waarborgen.