ECLI:NL:RBROT:2020:2328
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking herzieningsbesluit Participatiewet
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin een herziening van de Participatiewet-uitkering over het vierde kwartaal van 2019 werd vastgesteld, met een verrekening van een teveel ontvangen bedrag. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Nadat het college het bestreden besluit op 4 maart 2020 introk, trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht de voorzieningenrechter om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college voerde geen verweer tegen deze vordering.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker proceskosten had gemaakt en dat het verzoek om vergoeding daarvan kennelijk gegrond was. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd een vergoeding van €525,- vastgesteld voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €48,-.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E. Lunenberg op 20 maart 2020 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is veroordeeld tot vergoeding van €525,- proceskosten en €48,- griffierecht.