ECLI:NL:RBROT:2020:2330
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging maatschappelijke opvang
Verzoekster, zonder vaste woon- of verblijfplaats, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar recht op maatschappelijke opvang per 13 januari 2020 te beëindigen. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting bleek dat verzoekster niet meewerkt aan uitstroom uit de nachtopvang en weigert te reageren op aangeboden woningen buiten bepaalde wijken. Na de zitting kon haar gemachtigde geen contact meer met haar krijgen en was haar verblijfplaats onbekend. Verweerder gaf aan dat verzoekster zich niet opnieuw had gemeld met een opvangvraag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de onzekere toekomstige mogelijkheid dat verzoekster zich opnieuw meldt onvoldoende is voor een spoedeisend belang. Daarom is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.