ECLI:NL:RBROT:2020:2336
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting bijstandsuitkering en vergoeding rechtsbijstand
Eiser had bezwaar gemaakt tegen het opschorten van zijn bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
Tijdens de zitting op 7 februari 2020 werd besproken dat eiser ook vergoeding van de kosten van rechtsbijstand had verzocht, welke door verweerder was afgewezen. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van samenhangende zaken, aangezien het bezwaar tegen de blokkering en het opschortingsbesluit gelijktijdig en vrijwel identiek waren ingediend.
Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang had bij verdere beoordeling van het beroep, omdat een herroeping van het primaire besluit niet zou leiden tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.