De rechtbank Rotterdam heeft op 17 maart 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het aanwezig hebben van circa 7 kilo cocaïne in een woning te Capelle aan den IJssel. De verdachte werd samen met een medeverdachte betrokken bij een schietpartij en de drugs werden kort daarna op het balkon van een aangrenzende woning aangetroffen.
De rechtbank concludeerde op basis van camerabeelden, chatberichten, getuigenverklaringen en forensisch onderzoek dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne en beschikkingsmacht over de drugs. De verdachte had een linnen boodschappentas bij zich die overeenkwam met de tas waarin de drugs werden gevonden. De hoeveelheid cocaïne werd vastgesteld op bijna 7 kilo, verdeeld over een Louis Vuitton-doos die op foto's was vastgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit kwalificeert als medeplegen van een verboden gedraging onder de Opiumwet. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder schuldhulpverlening en afstand nemen van verkeerde vrienden. De rechtbank hield rekening met het feit dat de verdachte zelf slachtoffer was van een ripdeal en dat hij zorg draagt voor zijn drie kinderen.
De officier van justitie had 29 maanden geëist, maar de rechtbank vond een lagere straf passend gezien de persoonlijke omstandigheden en het reclasseringsadvies. De verdachte wordt verplicht mee te werken aan reclasseringstoezicht en het aflossen van schulden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.