ECLI:NL:RBROT:2020:2394
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Veling
- M.G.L. de Vette
- A.S. Flikweert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunningen op grond van de Wet Bibob ondanks verbroken zakelijk samenwerkingsverband
De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 maart 2020 een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres bezwaar maakte tegen de intrekking van haar vergunningen op grond van de Wet Bibob. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte, omdat verweerder uitging van een actueel zakelijk samenwerkingsverband dat volgens eiseres ten tijde van het besluit al was verbroken.
Verweerder heeft dit gebrek hersteld door aan te voeren dat ondanks het verbroken samenwerkingsverband er nog steeds een ernstig gevaar bestond zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Wet Bibob. Dit onderbouwde hij met aanwijzingen van financiële banden en invloed van betrokkenen bij het café, waaronder openstaande rekeningen en beheerderregistraties.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het zakelijke samenwerkingsverband nog actueel was, maar dat het subsidiaire standpunt over het blijvende ernstig gevaar voldoende was gemotiveerd. Ook de beroepsgronden over het samenhangcriterium en de onevenredigheid van de maatregel faalden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.