Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- mr. N.J. Hos, de advocaat verzoekster;
- S. van Boxel, juridisch adviseur, de gemachtigde van de burgemeester.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster stelde beroep in tegen een crisismaatregel die op 29 januari 2020 door de burgemeester van Capelle aan den IJssel was genomen. Zij betoogde dat de maatregel onrechtmatig was omdat niet binnen 24 uur een advocaat was toegevoegd, terwijl zij zelf had aangegeven geen advocaat te willen. De advocaat van verzoekster stelde dat verzoekster niet wilsbekwaam was om deze keuze te maken.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zorgvuldig had gehandeld bij het nemen van de crisismaatregel en dat de rechtmatigheid daarvan niet afhankelijk is van het al dan niet toewijzen van een advocaat. Het beroep tegen de crisismaatregel werd daarom ongegrond verklaard.
Wel stelde de rechtbank vast dat de burgemeester ten onrechte geen advocaat had toegevoegd binnen de wettelijke termijn, ondanks dat verzoekster had aangegeven geen advocaat te willen. Gelet op haar kwetsbare positie en het belang van rechtsbijstand, mocht niet te snel worden aangenomen dat zij bedenkingen had tegen een advocaat. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding van €50 toe voor de dag dat verzoekster verstoken was van rechtsbijstand.
Tegen deze beschikking staat cassatie open voor het beroep tegen de crisismaatregel en hoger beroep voor het schadevergoedingsverzoek. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige rechtsbijstand bij crisismaatregelen onder de WvGGZ.
Uitkomst: Beroep tegen crisismaatregel ongegrond, maar verzoekster krijgt €50 schadevergoeding wegens het niet tijdig toevoegen van een advocaat.