ECLI:NL:RBROT:2020:2441
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opschorting en intrekking bijstandsuitkering
Verzoekster ontving sinds 2013 een bijstandsuitkering. Verweerder heeft bij besluiten van oktober en november 2019 het recht op uitkering opgeschorst en ingetrokken omdat verzoekster niet was verschenen op uitnodigingen voor gesprekken. Verzoekster betwist ontvangst van enkele brieven en stelt dat deze mogelijk verkeerd bezorgd zijn.
De rechtbank oordeelt dat de brieven van 24 en 30 oktober 2019 persoonlijk door medewerkers bij verzoekster in de brievenbus zijn gedeponeerd en acht het aannemelijk dat verzoekster deze heeft ontvangen. Het niet verschijnen op de gesprekken geeft verweerder op grond van de Participatiewet het recht om de uitkering op te schorten en in te trekken.
Hoewel de motivering van de besluiten gebrekkig is omdat de opschorting niet per 24 maar per 30 oktober 2019 had moeten ingaan, is dit geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder kan dit in bezwaar herstellen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.