Op 23 november 2019 werd een slachtoffer op een openbare weg in Rotterdam beroofd van een tas met €8.000,- door een groep mannen. Verdachte en drie medeverdachten werden aangehouden in een auto waarin het geld werd aangetroffen.
De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte betrokken was bij de beroving. De verklaringen van het slachtoffer waren niet specifiek genoeg om verdachte aan te wijzen en technische onderzoeken naar het geld ontbraken.
De rechtbank concludeerde dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte, alleen of samen met anderen, de diefstal had gepleegd en sprak hem vrij. De verdachte werd niet veroordeeld wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.