Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
raadsman mr. A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 februari 2020 een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De veroordeelde had een bijzondere voorwaarde niet nageleefd, namelijk de meldplicht bij Reclassering Nederland. Uit rapporten bleek dat de veroordeelde vanaf een bepaald moment niet meewerkte aan het toezicht, maar sinds november 2019 weer contact had met de reclassering en bereid was tot medewerking.
De reclassering adviseerde aanvankelijk tot tenuitvoerlegging over te gaan, maar later af te zien daarvan vanwege de inzet van de veroordeelde en de mogelijkheid tot begeleiding via het FACT-team en een forensische polikliniek. De veroordeelde werkt via een uitzendbureau en had moeite met het combineren van werk en meldplicht, maar toonde bereidheid om zijn afspraken na te komen.
De rechtbank oordeelde dat de bijzondere voorwaarde verwijtbaar niet was nageleefd, maar zag voldoende aanleiding om de tenuitvoerlegging niet te gelasten. De vordering werd afgewezen om de veroordeelde de kans te geven zijn verantwoordelijkheid te nemen en begeleiding te ontvangen voor zijn persoonlijkheidsproblematiek.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af ondanks verwijtbare niet-naleving van de bijzondere voorwaarde.