Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:249

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
14 januari 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 6448
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet betalen griffierecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De griffier heeft eiser bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €47,- en hem aangemaand dit binnen twee weken te voldoen.

Eiser heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig betalen tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.

De rechtbank oordeelt dat eiser in verzuim is geweest en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E. Lunenberg en griffier S.A. Bakker op 21 januari 2020.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/6448
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door verweerder.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.
2. Bij aangetekende brief van 20 december 2019 heeft de griffier eiser erop gewezen dat hij een griffierecht van € 47,- verschuldigd is en hem aangemaand dit bedrag binnen twee weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in tegenwoordigheid van
S.A. Bakker, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2020.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.