ECLI:NL:RBROT:2020:2494
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand wegens niet aanleveren gevraagde gegevens
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter dekking van de eigen bijdrage voor een advocaat. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bewijsstukken, waaronder bankafschriften en een legitimatiebewijs, heeft aangeleverd. Eiser betoogt dat de correspondentie ten onrechte alleen aan zijn gemachtigde is gestuurd en dat de gevraagde gegevens niet noodzakelijk waren.
De rechtbank overweegt dat het bestuursorgaan terecht de correspondentie aan de gemachtigde heeft gestuurd, aangezien deze namens eiser handelde. Het niet aanleveren van de gevraagde stukken maakt het onmogelijk om de aanvraag te beoordelen. Het feit dat eiser later algemene bijstand ontving, ontslaat hem niet van de verplichting om bij de aanvraag bewijsstukken te overleggen.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot buiten behandeling stelling van de aanvraag rechtmatig is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.