Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis van de officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 137 dagen met aftrek
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid van de feiten
1.openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
2.poging tot doodslag in vereniging
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de straffen
8.Vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 107 (honderdzeven) dagen;
2 (twee) jaren;
werkstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
[naam benadeelde 1]te betalen een bedrag van
€ 1.509,86(zegge vijftienhonderdennegen euro en zesentachtig eurocent), bestaande uit € 509,86 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 1.509,86(zegge: vijftienhonderdennegen euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;
[naam benadeelde 2]te betalen een bedrag van
€ 3.297,87(zegge: drieduizend tweehonderd zevenennegentig euro en zevenentachtig eurocent), bestaande uit € 297,87 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 3.297,87(zegge: drieduizend tweehonderd zevenennegentig euro en zevenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;