ECLI:NL:RBROT:2020:2561
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting inbewaringstelling wegens dementie en ernstig nadeel na overlijden echtgenoot
De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 maart 2020 het verzoek van het CIZ tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met vermoedelijke dementie. De cliënt woonde tot voor kort thuis met hulp van mantelzorg en thuiszorg, maar sinds het overlijden van haar echtgenoot, die het grootste deel van de zorg verzorgde, is haar toestand verslechterd. De dagstructuur en zorg vielen weg, waardoor ernstig dreigend nadeel ontstond.
De burgemeester van Krimpen aan den IJssel had op 18 maart 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van ernstig nadeel door ernstige verwaarlozing, risico op psychische schade bij het steunsysteem en gevaar voor de algemene veiligheid. De cliënt verzet zich niet fysiek tegen opname, maar vanwege haar toestandsbeeld is er geen sprake van vrijwilligheid. De rechtbank oordeelde dat aan het vereiste van verzet is voldaan.
Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor een verkorte duur van drie weken, tot en met 13 april 2020. De beschikking werd mondeling gegeven door rechter A.C. Hendriks en schriftelijk uitgewerkt op 24 maart 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor drie weken wegens ernstig dreigend nadeel en ontbreken van vrijwilligheid.