ECLI:NL:RBROT:2020:2584

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2020
Publicatiedatum
26 maart 2020
Zaaknummer
10/811007-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van twee pistolen met munitie en patroonmagazijnen

De rechtbank Rotterdam heeft op 26 maart 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van twee pistolen met bijbehorende munitie en drie patroonmagazijnen. De feiten vonden plaats op 3 februari 2020 te Vlaardingen. De verdachte heeft het bezit van de wapens en munitie bekend, waardoor de rechtbank het ten laste gelegde zonder nadere bespreking bewezen verklaarde.

De rechtbank heeft het bezit van vuurwapens en munitie zwaar bestraft vanwege de maatschappelijke risico's en de kans op gebruik met ernstige gevolgen. Er is rekening gehouden met recente straffen in vergelijkbare zaken en met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Daarom is een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

De officier van justitie had een gevangenisstraf van 12 maanden gevorderd, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht deze straf passend en legt deze op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdachte is vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/811007-20
Datum uitspraak: 26 maart 2020
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] (Irak) op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2020.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met
aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

4.Waardering van het bewijs

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op 3 februari 2020 te Vlaardingen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 19 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 39 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Peg, type R78, kaliber 7.65mm
en
(voor dat vuurwapen) geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 49 van de Wet Wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten 19 kogelpatronen, type S&B, kaliber 7.65mm
en
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 19 van de Wet Wapens en Munitie,
te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 39 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Cz, type P-07, kaliber 9mm
en
(voor dat vuurwapen) geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 49 van de Wet Wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten 30 kogelpatronen, type Geco, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;
2.
hij op 3 februari 2020 te Vlaardingen, onderdelen van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 39, gelet op artikel 2, lid 1 van Categorie III onder 19 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 patroonmagazijnen, zijnde onderdelen die van wezenlijke aard zijn en specifiek bestemd voor een pistool van het merk Cz, type P-07, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
1.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
2.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot patroonmagazijnen van categorie III.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten,
de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van twee pistolen met bijbehorende munitie en patroonhouders. De rechtbank is van oordeel dat het bezit van pistolen, munitie en patroonhouders zwaar dient te worden bestraft. Bij het bepalen van de hoogte van de straf is meegenomen dat het bezit van vuurwapens, munitie en patroonhouders in het algemeen vaak blijkt te leiden tot het gebruik daarvan, met alle ernstige gevolgen en maatschappelijke onrust van dien. Ook is gekeken naar straffen die recent in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.
De rechtbank heeft ook gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 oktober 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank ziet daarbij aanleiding in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte om een deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot
3 (drie) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en J.M.L. van Mulbregt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 maart 2019.
De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 3 februari 2020 te Vlaardingen, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 19 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 39 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Peg, type R78, kaliber 7.65mm
en/of
(voor dat vuurwapen) geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 49 van de Wet Wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten 19 kogelpatronen, type S&B, kaliber 7.65mm
en/of
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 19 van de Wet Wapens en Munitie,
te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 39 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Cz, type P-07, kaliber 9mm
en/of
(voor dat vuurwapen) geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 49 van de Wet Wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten 30 kogelpatronen, type Geco, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 3 februari 2020 te Vlaardingen, althans in Nederland, onderdelen van (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder Pro 39, gelet op artikel 2, lid 1 van Categorie III onder 19 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 patroonmagazijnen, zijnde (een) hulpstuk(ken) en/of onderde(e)l(en) dat/die van wezenlijke aard is/zijn en specifiek bestemd voor een pistool van het merk Cz, type P-07, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.