Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- De heer [verzoeker] , verzoeker
- de heer [naam 1] van Kredietbank Rotterdam, SHV
- de heer [naam 2] van Kredietbank Rotterdam, SHV
- mevrouw [naam 3] van Jay Holding BV/Manna Support
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van haar schulden. De rechtbank constateert dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van enkele schulden, waaronder aan DUO, CJIB, Belastingdienst en Havensteder, wat in principe een belemmering vormt voor toelating.
Echter, op grond van artikel 288, derde lid van de Faillissementswet kan de regeling toch worden toegewezen indien aannemelijk is dat verzoekster de omstandigheden die tot het ontstaan of onbetaald laten van de schulden hebben geleid, onder controle heeft gekregen. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is, mede doordat verzoekster sinds april 2019 onder beschermingsbewind staat en haar uitgavepatroon wordt bewaakt.
Verzoekster toont een saneringsgezinde houding en is gewezen op haar verplichtingen gedurende de regeling, zoals informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht. Tevens is zij verplicht zich aan te melden voor een WMO-traject en onder beschermingsbewind te blijven. De rechtbank benoemt mr. C. de Jong tot rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder.
De rechtbank verklaart zich bevoegd de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt. De schuldsaneringsregeling wordt onder voorwaarden toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank kent de schuldsaneringsregeling toe onder voorwaarden ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden.