De man verzocht de rechtbank om de vrouw te bevelen terug te verhuizen naar Rotterdam of een vergelijkbare afstand als Rotterdam-Heerenveen, omdat de verhuizing naar Rozenburg de zorgregeling had doen stoppen. De vrouw was medio juni 2019 met de minderjarigen verhuisd zonder toestemming van de man. De rechtbank oordeelde dat het niet in het belang van de minderjarigen was om terug te verhuizen, omdat zij inmiddels waren ingeburgerd in hun nieuwe omgeving, naar een nieuwe school gingen en aangesloten waren bij verenigingen.
De rechtbank stelde vast dat de man niet zozeer bezwaar had tegen de verhuizing zelf, maar tegen de gevolgen zoals hogere reiskosten en langere reistijd. Gezien de beperkte financiële middelen van beide ouders en de gewijzigde omstandigheden werd een nieuwe zorgregeling vastgesteld. De minderjarigen verblijven een weekend per vier weken bij de man, die hen op vrijdagmiddag op station Rotterdam Alexander ophaalt en zondagmiddag terugbrengt. Daarnaast verblijven zij een week in de zomervakantie en de tweede week van de kerstvakantie bij de man.
De rechtbank legde voorwaarden op omtrent het alcoholgebruik van de man, waaronder het bij zich hebben van een blaastest en het afnemen daarvan bij vermoeden van gebruik. Ook werd een belregeling vastgesteld waarbij de minderjarigen buiten de aanwezigheid van moeder en stiefvader met de vader bellen. De rechtbank benadrukte het belang van goede communicatie tussen de ouders en adviseerde een traject om het vertrouwen te herstellen. De proceskosten worden door beide partijen zelf gedragen.