AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (dementie), op grond van artikel 26 vanPro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Tijdens de mondelinge behandeling op 18 maart 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord, is vastgesteld dat betrokkene inmiddels weer bij zijn partner verblijft en bereid is zorg te accepteren. Eerder was opname noodzakelijk vanwege een huisverbod, maar betrokkene is vrijwillig ontslagen uit een verpleeghuis. Het incident dat als ernstig nadeel werd aangevoerd dateert van maanden geleden en is niet meer actueel.
De rechtbank concludeert dat het gedrag van betrokkene niet leidt tot een zodanig ernstig nadeel dat opname in een geregistreerde accommodatie noodzakelijk is. Er zijn minder ingrijpende mogelijkheden, zoals ambulante ondersteuning, om het vermeende nadeel te voorkomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot machtiging af.
De beschikking is op 18 maart 2020 mondeling gegeven en op 26 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat opname niet noodzakelijk is.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/592417 / FA RK 20-1372
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 maart 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 vanPro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. L.M. Deiman te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ met bijlagen, ingekomen op 3 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 maart 2020. Conform de tijdelijke regeling in verband met het coronavirus ( Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona 19 maart 2020, gepubliceerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Familie- en Jeugdrecht en het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel hoven), zijn de volgende personen telefonisch gehoord:
- betrokkene en zijn hierboven genoemde advocaat;
- mw. [naam psycholoog] , psycholoog, verbonden aan Stichting Humanitas.
2..Beoordeling
2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 WzdPro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de betrokkene als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast dienen de opname en het verblijf noodzakelijk te zijn om het nadeel te voorkomen of af te wenden en er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (dementie). Evenwel is op grond van de stukken en toelichting niet gebleken dat deze aandoening leidt tot een zodanig ernstig nadeel dat dit slechts kan worden afgewend door een opname in een verpleeghuis. Betrokkene kan inmiddels weer verblijven bij zijn partner en wil zorg accepteren. Eerder was dit vanwege een huisverbod niet meer mogelijk en is sprake geweest van een vrijwillige opname in De Evenaar van Stichting Humanitas. Betrokkene is daar tegen advies in met ontslag gegaan. Inmiddels verblijft betrokkene alweer twee weken bij zijn partner, met wie hij al 30 jaar samenwoont. Voor nadere diagnostiek met betrekking tot de cognitieve achteruitgang zijn afspraken in het ziekenhuis gemaakt. Het in het kader van het ernstig nadeel aangevoerde incident is van maanden geleden en lijkt gelet op de huidige stand van zaken zoals beschreven door betrokkene en zijn advocaat niet meer actueel. Uit de resterende door de instelling zelf geconstateerde gedragingen en geschetste omstandigheden blijkt onvoldoende dat in de afgelopen periode sprake is geweest van risicovol gedrag voor betrokkene zelf of voor anderen. Mede gelet daarop kan met een minder ingrijpende vorm, te weten ambulante ondersteuning voor betrokkene en zijn partner, een opname op dit moment worden voorkomen.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.
3..Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 18 maart 2020 mondeling gegeven door mr. B.E. Dijkers, rechter, in tegenwoordigheid van J.D. Verburg, griffier, en op 26 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.