De rechtbank Rotterdam heeft op 5 februari 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die valsheid in geschrift meermalen heeft gepleegd door digitale aanvraag- en wijzigingsformulieren voor kinderopvangtoeslag valselijk op te maken. De verdachte heeft ten onrechte kinderopvangtoeslag ontvangen voor twee kinderen terwijl er geen opvang heeft plaatsgevonden.
Tijdens de terechtzitting op 22 januari 2020 heeft de verdachte bekend en zijn bekennende verklaring, samen met overige bewijsmiddelen, heeft de rechtbank overtuigd van de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De rechtbank sprak de verdachte vrij van een tweede tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege het misbruik van een sociale regeling en het ondermijnen van het vertrouwen in de Belastingdienst. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het zorgen voor acht kinderen en een tijdelijke baan, en zijn spijtbetuiging, werden meegewogen. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van twee jaar, passend geacht om herhaling te voorkomen.