De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin de man verzocht om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind, naast de moeder die van rechtswege het gezag had. De vrouw voerde gemotiveerd verweer en stelde dat er een onaanvaardbaar risico bestond bij gezamenlijk gezag. De rechtbank oordeelde echter dat de vrouw onvoldoende feiten had gesteld om dit risico aannemelijk te maken.
De rechtbank nam in haar beoordeling mee dat de man zich inzet voor een respectvolle en gelijkwaardige ouderschapsrelatie en dat de communicatie tussen de ouders via WhatsApp verbeterd is. Om de spanning verder te verminderen, spraken partijen af gebruik te maken van een overdrachtsformulier en persoonlijkheidsonderzoeken te ondergaan. De rechtbank wees het verzoek tot eenhoofdig gezag af en kende gezamenlijk gezag toe.
Daarnaast stelde de rechtbank een zorgregeling vast waarin de man het kind op vaste dagen en tweewekelijks een zaterdag zal verzorgen, met een verdeling van de feestdagen in onderling overleg. De rechtbank achtte een vakantieregeling met drie weken verblijf bij de man op dit moment niet passend, maar gaf aan dat dit een doel kan zijn om naar toe te groeien. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en elk van de partijen draagt de eigen proceskosten.