ECLI:NL:RBROT:2020:2748
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging toe te wijzen op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De mondelinge behandeling vond plaats op 24 maart 2020, waarbij betrokkene en haar advocaat telefonisch werden gehoord, evenals een psychiater van de Parnassia Groep.
Uit de medische stukken en het zorgplan blijkt dat betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en zwakbegaafdheid, wat leidt tot ernstig nadeel zoals het risico op ernstig lichamelijk letsel voor anderen en ernstige zelfverwaarlozing. Betrokkene verblijft in een beschermde woonvorm en vertoont geen agressie, maar medicamenteuze behandeling blijft noodzakelijk.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles en begeleiding bij zelfzorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven, de zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging wordt toegekend voor een periode van zes maanden tot 24 september 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte medicatie en begeleiding.