ECLI:NL:RBROT:2020:2832

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 maart 2020
Publicatiedatum
1 april 2020
Zaaknummer
C/10/593391 / FA RK 20-1835
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychische stoornis

De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een op 17 maart 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in Antes, locatie Prins Constantijnweg te Rotterdam. De machtiging is gebaseerd op artikel 7:7 Wvggz Pro en betreft een situatie waarin sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uit de medische verklaring en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan wanen, waarbij hij overtuigd is dat zijn buurvrouwen hem bespioneren met röntgencamera’s in zijn woning. Dit veroorzaakt ernstige psychische uitputting, slaapproblemen en prikkelbaarheid, met meerdere confrontaties tot gevolg. De psychiater stelt dat het nog onduidelijk is of sprake is van een psychose of een waanstoornis, maar benadrukt het belang van verdere behandeling en diagnostiek in de accommodatie.

De rechtbank acht de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en proportioneel, waarbij verplichte zorg wordt toegelaten zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene verzet zich tegen de zorg. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 13 april 2020.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot en met 13 april 2020.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/593391 / FA RK 20-1835
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene], betrokkene,
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Marokko,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Prins Constatijnweg te Rotterdam,
advocaat mr. T.R. Hüpscher te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 maart 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 17 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 17 maart 2020;
 de medische verklaring opgesteld door drs. F.C. Karalyalcin, psychiater, van 17 maart 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond de Wvggz;
 de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 maart 2020, in het gebouw van de rechtbank Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Antes, locatie Prins Constatijnweg.
1.3.
De officier is niet (telefonisch) gehoord ter zitting, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene heeft wanen. Hij is ervan overtuigd dat zijn buurvrouwen hem lastigvallen door hem in de gaten te houden middels röntgencamera’s. Deze camera’s zouden geplaatst zijn in de muren van zijn woning. Die overtuiging houdt betrokkene volledig in zijn greep en put hem uit. Hij slaapt amper en is prikkelbaar. Hij heeft meerdere confrontaties gehad met de buren en de politie. Ook tijdens de mondelinge behandeling raakt betrokkene opgewonden wanneer hij spreekt over de situatie. Er bestaat een aanzienlijke kans dat wanneer betrokkene terugkeert naar zijn eigen woning, deze situatie op korte termijn zal escaleren.
2.1.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een maniform psychotische stoornis met wanen en hallucinaties of een waanstoornis. De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat tot op heden nog niet duidelijk is of er sprake is van een psychose of een waanstoornis. Het is van belang dat betrokkene in de accommodatie blijft voor verdere behandeling en diagnostiek.
2.1.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 het opnemen in een accommodatie.
2.2.2.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.4.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 april 2020.
Deze beschikking is op 23 maart 2020 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 30 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.