ECLI:NL:RBROT:2020:2849
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een nog ongediagnosticeerde psychische stoornis. De procedure omvatte een schriftelijk verzoek, medische verklaringen en een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, zijn advocaat en behandelend psychiaters telefonisch werden gehoord.
Uit de stukken en het verhandelde bleek dat betrokkene ernstige gedragsproblemen vertoont die leiden tot ernstig nadeel, waaronder agressie en een aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Er is sprake van een multidisciplinair onderzoek om de oorzaak van het gedrag te achterhalen, waarbij ook een mogelijke neurodegeneratieve aandoening wordt onderzocht. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische handelingen, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid. Betrokkene verzette zich tegen opname in de accommodatie, maar de rechtbank achtte de zorgmachtiging proportioneel en noodzakelijk. De machtiging wordt daarom voor de duur van drie maanden verleend, met de mogelijkheid tot verlenging na evaluatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden om verplichte zorg toe te passen en het diagnostisch onderzoek voort te zetten.